SURINAAMSE FAMILIENAMEN

In Suriname hadden vóór de emancipatie (1863) alleen de vrijen geslacht- en voornamen. Bij hun vrijlating kregen de gemanumitteerden een geslacht- en een voornaam van hen, door wie ze werden vrijgemaakt of vrijgekocht. Echter was het niet toegestaan om een Nederlandse achternaam te voeren. In het geven van namen was men verder volkomen vrij. De fantasie had dus vrij spel bij het geven van namen, en daarvan zien wij duidelijke bewijzen. Zo gaf men aan de slaven van den houtgrond “Berlijn” in 1863 namen van verschillende houtsoorten, zoals Ceder, Bijlhout, Groenhart, Purperhart, Kaneelhart, Letterboom, Locus.

Artikel is verplaatst naar

https://suri-search.one/forum/topic/surinaamse-familienamen/